Doorgaan naar hoofdcontent

Blije momenten

Dat de bel gaat en er onverwacht een helper aanbelt.
Dat na zijn vertrek de gordijnrails opgehangen is in de slaapkamer en nu eindelijk niet meer provisorisch het raam afgedekt hoeft te worden. Een klus die al vanaf begin van wonen alhier telkens bleef liggen, inmiddels bijna twee jaar lang. 
Dat dezelfde helper ook de grasmaaier die een verbogen mes had repareerde. 

Dat de vreugde over deze onverwachtheid zoveel energie gaf dat er later op de dag een heel stuk nadere orde aangebracht is in de slaapkamer die een chaos geworden was door alle elkaar opvolgende leveringen van noodzakelijke goederen. 

Dat na een week uit het ziekenhuis beide geliefden genieten van de rust op de avond als het laatste thuiszorgmoment achter de rug is. 

Dat tussen de bedrijven door er veel wederzijdse liefdesuitingen plaatsvinden die beiden duidelijk goeddoen. Een knuffel en een kus, een liefdevol woord, het kan heel klein zijn en lokt altijd wederkerigheid van het gebaar uit. 

Dat elke dag het makkelijker wordt om de dagelijkse routine te gaan ervaren als een nieuwe dagindeling die nog genoeg tussenmomenten biedt waarin eigen keuzes gemaakt kunnen worden. 

Dat de interesse in elkaar en in kleine dingen als samen muziek luisteren via radio of tv zorgt voor een kalme geruststellende sfeer waarin kleine kibbelarijen puur gaan over praktische handelingen die ieder op eigen wijze aanpakt. 

Dat samen zijn essentiĆ«ler blijft dan alle zorgtaken die dagelijks spelen. 

Dat het elke dag weer lukt om blij met elkaar te zijn! 

Reacties

Populaire posts van deze blog

'Je bent het mantelzorgen moe.' 'Maar ik ben jou niet moe!'

Samen in slaap proberen te vallen. Hij pakt haar hand.  Af en toe een opmerking, maar vooral samen stil zijn in de nacht.  Zo begon de laatste nacht samen.  Samen liggen, de een diep in slaap, de ander wakend. Zij kijkt naar hem.  Af en toe raakt ze hem aan, luistert naar zijn ademhaling.  Zo verliep de nacht nadat een arts kalmerende stoffen had toegediend.  In de vroege ochtend staat ze op. Slapen lukt toch niet meer.  Het is al licht.  De hond wil graag naar buiten en zo geschiedt.  De hond draalt rondjes om het huis heen, wil niet heel ver weg.  Tot hij besluit toch wat verder weg te lopen.  Terug bij het huis wordt er al naar ze uitgekeken.  Kom snel, hij blaast zijn laatste adem uit.  Bij het bed aangekomen blijkt dat moment al even voorbij te zijn.  Hij is er niet meer.  Zij stort in.  Tranen stromen en blijven stromen, zijn niet meer te stoppen, minutenlang.  Een kwartier verstrijkt en nog zit ze daar naast hem, hem strelend en tranen over haar gezicht.  Een half uur later gaat

Thuis

Op zondagochtend belt het ziekenhuis. De nier waarden zijn zo slecht dat er een beslissing genomen moet worden.  En gezien het gesprek dat de dag ervoor gevoerd is ligt het voor de hand niet vanzelfsprekend een behandeling in te zetten waarvoor wederom iets in het lichaam geprikt moet worden. Rond het middaguur treffen beide geliefden elkaar en bespreken kort wat er aan de hand is en wat nu de beste stap is. Naar huis wordt de uitkomst.  Dit moet dan maar het einde zijn. Geen behandelingen meer.  Geen gedoe. Geen kunstmatige zaken die ook achterwege kunnen blijven.  Voorbereidingen voor naar huis gaan worden getroffen en tegen de avond is het dan zover. Thuis.  Thuiszorg komt langs en de Dokterswacht. Een rustige avond en nacht kan beginnen, zo is de gedachte.  Halverwege de avond komen onverwacht de beide dochters aan. Een fijne verrassing.  Ze reageerden op het telefoontje vanuit het ziekenhuis dat beide geliefden niet zelf pleegden omdat ergens in de afgelopen weken de verstandhoudi

Nuchter

Als de zaalarts net besloten heeft dat een CT-scan van de buik vandaag noodzakelijk is ontmoeten beide geliefden elkaar weer. Vroeger dan gebruikelijk, een van de voordelen van een weekenddag.  De arts is vriendelijk en overtuigend en vertrekt als het plan alle aanwezigen helder is. De verpleegkundige blijft nog achter.  Ze neemt nadrukkelijk de tijd om door te praten. Stelt de juiste vragen, luistert echt naar de nog niet geheel verwoorde gevoelens en gedachten. Eindelijk wordt hardop uitgesproken waar al langer over nagedacht wordt, willen wat kan is dat de aangewezen route nog wel? De verpleegkundige is oprecht in haar reacties en een eerlijk gesprek ontspint zich.  Hoe is de verwachting nu werkelijk? Is het wel mogelijk om weer zo op krachten te komen dat normaal zelfstandig bewegen door de ruimte - hoe klein ook - mogelijk is? Want als dat niet het geval is, is elke handeling dan niet zeer discutabel en een vorm van rekken geworden?  Is bestralen wel de juiste route? Het gesprek v