Doorgaan naar hoofdcontent

Zomaar een morgen

Bij het ontwaken blijkt de nachtrust goed gedaan te hebben. De gedachten zijn helder, de verwoordingen coherent en vanuit begrip voor het gesprokene. Niet uitsluitend de betekenis van de woorden, ook de lagen die er onder liggen worden herkend en erkend, geduid en benoemd en van een betekenisvolle reactie voorzien.
Er is sprake van volledig wederzijds en gelijkwaardig contact.
Maar er is nog niet gegeten.
Dat wreekt zich al spoedig. Een gesprek op dit niveau vergt energie, enorm veel energie, die kort na het ontwaken nog volop beschikbaar is, maar als het gesprek, dat dit keer van een diepe en indringende gevoelslaag doorspekt is, langer duren gaat komt de toch nog onverwachte omslag. Ineens is hij daar weer, de woede om het onrecht, aangedaan vanwege het ziekworden, dat meer is dan fysieke klachten, maar ook de hersencapaciteiten aan lijkt te tasten in een onomkeerbaar proces. De woede om het onrecht, aangedaan door mensen die het ziekworden aangrijpen om dingen te zeggen en te doen die in gezonde doen nooit verwoord zouden zijn op die wijze of met veel pathos weersproken zouden zijn of hadden kunnen zijn.
Nu is het een machteloze woede, een diepe frustratie, een onmogelijkheid om van repliek te dienen omdat wel degelijk gevoeld wordt dat er een grote kern van waarheid schuilt in de aangeboden hulp en ondersteuning, dat de mensen die confronteren met het ziek geworden zijn, wel degelijk vanuit positiviteit hun ondersteuning en hulp aanbieden en lichtelijk aandringen op aannemen ervan.
De woede groeit.
De honger stillen lijkt gewenst, noodzakelijk zelfs.

Dan maar een maaltijd bieden. De standaard van elke dag. Ditmaal aangeleverd op een ongebruikelijke plek, want het ontwaken kostte meer energie dan gebruikelijk en stagneerde in de ruimte die normaalgesproken spoedig na het ontwaken verlaten wordt.
Het helpt.
De woede kalmeert, de toon wordt weer normaal.
De inhoud van het gesprek is nog onzeker.

Reacties

Populaire posts van deze blog

'Je bent het mantelzorgen moe.' 'Maar ik ben jou niet moe!'

Samen in slaap proberen te vallen. Hij pakt haar hand.  Af en toe een opmerking, maar vooral samen stil zijn in de nacht.  Zo begon de laatste nacht samen.  Samen liggen, de een diep in slaap, de ander wakend. Zij kijkt naar hem.  Af en toe raakt ze hem aan, luistert naar zijn ademhaling.  Zo verliep de nacht nadat een arts kalmerende stoffen had toegediend.  In de vroege ochtend staat ze op. Slapen lukt toch niet meer.  Het is al licht.  De hond wil graag naar buiten en zo geschiedt.  De hond draalt rondjes om het huis heen, wil niet heel ver weg.  Tot hij besluit toch wat verder weg te lopen.  Terug bij het huis wordt er al naar ze uitgekeken.  Kom snel, hij blaast zijn laatste adem uit.  Bij het bed aangekomen blijkt dat moment al even voorbij te zijn.  Hij is er niet meer.  Zij stort in.  Tranen stromen en blijven stromen, zijn niet meer te stoppen, minutenlang.  Een kwartier verstrijkt en nog zit z...

Terwijl het dorp steeds lichter wordt.....

Het huis is versierd, van binnen en van buiten. De dagen worden in alle rust doorgebracht, met regelmatige bezoeken van de thuiszorgdames en onregelmatige bezigheden buitenshuis. Naast boodschappen doen horen daar ook verjaardag vieren (8 december) en verjaarsgeld besteden bij.  Het leverde heel wat bewegingen op, buitenshuis en binnenshuis. De woonkamer werd ruimer, door het plaatsen van de grote witte salontafel, die dankzij de glazen bovenkant het licht van de Kerstverlichting extra weerspiegelt.  Licht verscheen ook aan de buitenkant van het huis, dankzij de bezorgdiensten die nog steeds functioneren, ook al is er een lockdown, die het uitstapje van eind vorige week naar IKEA met terugwerkende kracht tot een bijzondere uitzonderlijkheid maakt. Naast deze uiterlijkheden zijn er ook weer de nodige gesprekken. Over toekomstplannen, dichtbij en verder weg, met als doel zaken te realiseren die nu nog voelen als een gemis in het huidige bestaan. Op andere plekken dan deze blog z...

Geruststellingen

Een week na de onheilstijding, dat er in de kleine hersenen een uitzaaiing gevonden is, met oedeem eromheen dat zorgde voor heftige verschijnselen, is het leven weer terug naar de fase 'herstel na een hipec-operatie'.  De personeelsleden van de welbekende afdeling waar nu al weken, maanden verbleven wordt (met twee keer een pauze buiten het ziekenhuis en vorig weekend een korte pauze op een andere afdeling), putten zich uit in het leven veraangenamen op alle denkbare wijzen.  Ze laten de geliefden met rust als er geen directe reden is tot handelen. Ze komen met veel zorg en aandacht zo snel mogelijk en onder excuses als dat niet vlot lukte, wanneer er op de bel gedrukt is. Ze omringen met geruststellende handelingen die bekend zijn en kalmerende woorden als de stemming om dreigt te slaan naar wanhoop omdat hoop 'uitgestelde teleurstelling' betekent. Verplegend personeel, specialistische verpleegkundigen, artsen met diverse specialismen, allemaal luisteren ze naar de geu...